Kühlschränk des vertrouwens
Berlin. Zo staat het op de borden. De reis gaat via Amersfoort, Hengelo, Bad Bentheim en Hannover. De trein dus. Ik haat vliegtuigen. Angst speelt en beetje mee, maar zeker ook andere emoties. Vliegen betekent van de ene plastic hal in de andere plastic hal gedumpt worden. Zonder aanziens des landschaps. Waardeloos. En vliegen is zo krap.
In de trein word ik 4 keer gebeld. Twee keer vrienden, twee keer werk. Zouden de mensen om me heen nu weten wat ik doe? Zou het ze interesseren? Dat is wellicht een betere vraag. Treinreizen door een zonnig landschap is leuk. Ik vind Duitsland maar op Nederland lijken.
De mensen om me heen maken de indruk al vaker met dit bijltje gehakt te hebben. Geroutineerd nemen ze plaats op de door hen gereserveerde plaatsen en halen op het juiste moment het juiste plaatsbewijs uit hun zak. Ze zitten op de goede stoel in het rijtuig waar ze zijn moeten. Ik heb altijd het gevoel dat iedereen om me heen precies weet hoe het moet, maar zelf doe ik ook alsof alles de normaalste zaak van de wereld is. Dat is het ook.
Iedereen doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Want het is de normaalste zaak van de wereld. Dus nu niet stom doen! Dat vind ik lekker aan 6 uur in de trein zitten, dat je tijd hebt voor gedachtencirkels die helemaal nergens toe doen, maar wel leuk zijn. Nu vind ik het leuk om naar iedereen te kijken en te bedenken dat ze doen alsof dit de normaalste zaak van de wereld is, maar eigenlijk zitten ze voor het eerst en onzeker in de internationale trein.
Ik heb honger. Maar er komt niemand met broodjes, als ik wil eten moet ik naar de eetwagon. Ik wil het niet. Iedereen komt met vies eten terug uit die wagon. Doe mij maar honger. De volgende keer neem ik broodjes en drinken mee. Dat weet ik zeker. Dat ik nog een keer ga, met de trein naar Berlijn.
Het nieuwe Hauptbahnhof duizelt me eventjes, maar dan vind ik de weg. Naar mijn hotel. Funk heet het. Het is een huis van een oude filmster. Asta Nielsen. Zal wel, maar de kamers zijn oude Jugendstil, met ornamenten en dik behang. De plafonds zitten op 4 meter hoogte en ik krijg een sleutel voor drie deuren. De voordeur, de tussendeur en mijn kamerdeur. Makkelijk. En als kalp op de vuurpijl word ik voorgesteld aan de koelkast in gang. Daar kan je uit pakken wat je wilt.
'Soll ich das irgendwo aufschreiben?' vraag ik in mijn beste duits. 'Ja' zegt de uitermate vriendelijke man. 'Selb schreiben, daß ist das Kühlschränk des vertrouwens'. De ijskast van het vertrouwen. Schitterend. Het is hier schitterend.