Een kniesoor

Drie flessen chemische ontstopper en stofzuiger, dat heeft mijn verstopte gootsteen me gekost. En twee-en-een-halve euro voor ouderwetse plopper, waarmee mijn sinds vorig jaar verstopte gootsteen in 3 minuten was ontstopt. Die stofzuiger? Ja, vanmiddag bedachten mijn zwager en ik dat we gewoon de stofzuiger op de afvoer zouden zetten. 'Aha, hij zuigt wat op!' riep hij triomfantelijk, het klonk ook alsof er grote brokken verstopping door de slang werden gezogen. Gaat lekker, dacht ik. Ik ben geniaal. Gauw de zak legen. Jammer. Waarvan ik dacht dat het stukken pasta met tomaat en broodkruimels zouden zijn, bleek rioolwater. We hadden gewoon een flinke emmer stinkend water door de stofzuiger gehaald.

Ja, ik koop geen plopper omdat iedereen die ik mijn aangrijpend verhaal over de verstopte gootsteen vertelde, aankwam met de onwrikbare nutteloosheid van de plopper. Dus heb ik eerst een paar liter bijtende gel door mijn gootsteen gespoeld en mijn milieukarma voor 2008 al flink negatief gezet. Toen heb ik drie weken hoopvol naar mijn gootsteen gekeken in hoop dat het vanzelf weg zou gaan, vanmiddag heb ik een stofzuiger verpest en toen! ging ik pas een ploppertje kopen. Doe mij een ploppertje en een breezer ananas. En ploppers behoren toch een beetje in de categorie voordeelpak wc-papier. Als je dan met 24 katoenzachte strontrollen over straat loopt met voor de rest 2 treetjes Activia yoghurt, drie stoommaaltijden en een zak appels, voel je je toch altijd een beetje bescheten. Nouja, ik ben daar wel overheen hoor. Vroeger op de camping liep ik zonder zorg samen met mijn neef naar de toilethokken. Allebei een rol roze toiletpapier onder de arm en op zoek naar twee hokjes die naast elkaar vrij waren. Kon je mooi nog even een praatje maken tijdens het poepen.

Met zo'n ontstopper word je als huishoud-onkundige nagekeken op de straten door vaders en moeders met gezinnen die verstopte gootstenen gewoon voorkomen door er keurig af en toe wat soda door te spoelen of, zoals ik, de pastaresten niet met hun duim door de gaatjes van de dinges heen frutten. Lekker ouderwets prakken. Ik las dat er tegenwoordig zo weinig gekookt wordt dat het eigenlijk bizar is dat mensen hun keukens nog zo superdelux uitrusten. Dat is voor die ene dag per week dat de moderne man 'van koken houdt' en op zijn kookeiland ingewikkelde gerechten maakt. Op bedjes van spinazie en met gefrituurde noodle-krullen. Uitslovers. Ik kook in ieder geval wel voldoende om mijn gootsteen te verstoppen. Raar eigenlijk, want ik kan me geen gaspit meer heugen en begin al te kwijlen als ik een belletje hoor. Het zullen wel gebakken eieren zijn geweest die zich in de afvoerpijp hadden opgehoopt. Ze hebben op mijn stoelgang in ieder geval hetzelfde effect. Vandaar die Activia.

Hoe dan ook, ik ga maar eens afwassen. En spaarlampen aanzetten, om mijn milieuverantwoordelijkheid kracht bij te zetten. In Napels maken ze 30-duizend buffels af, omdat ze ziek zijn van de vervuilde grond die door de Maffia is veroorzaakt, die teveel Soprano's hebben gekeken en 'waste management' tot hun core business hebben gemaakt. Is mijn hart toch een stuk groener! Hoe je trouwens van buffels mozarella kan maken heb ik toch nooit begrepen. Misschien maar eens aan Onze Taal vragen hoe dat zit. Kaas is van geiten, schapen, buffels of koemelk.

Jaja, vandaag ben ik een kniesoor,

die daarop let.

Een hond

Ze zeggen dat ik een hond moet. Dat zou zo goed staan, een hond. Alsof het een trui is. Ik vind een hond niet zo goed staan. Ik vind een hond meer iets voor op het kleedje van de zwerver. Maar ik vroeg het de dierenarts. Dat klinkt idioot, want wie gaat er nu aan de dierenarts vragen of een hond me zal passen, maar ik ken de dierenarts persoonlijk. Dus ik kan het vragen. Dat zouden meer mensen moeten doen.

‘Aha, een hond!’ zei de dierenarts, ‘als babe-magneet’. Ik denk het. Dat zei ik ook. Eigenlijk dacht ik het niet. Honden zijn gewoon leuk. Dat zijn van alle mensen mijn lievelingswezens. Maar misschien heb ik wel de uitstraling van een man waar je een leuke hond bij verwacht. Zo eentje die met alleen een dikke trui en een sjaal over het strand wandelt met zijn hond. Wat een leuke man.

Hahaha’ typte de collega terug. Ik had haar gemailed dat ik eerst een vriendin moest en dan pas een hond. Eigenlijk was het serieus. Geen grap dus. Volgens mij moet ik eerst een vriendin. Hahaha, typte ze. Wat is er zo grappig? Is het grappig dat ik een vriendin ambieer of is het gewoon hoog gegrepen. Of is het symptomatisch voor de single man die maar single blijft? Dat zij die de geheimen van de vaste relatie kennen meewarig lachen en denken ‘probeer nou eerst maar eens een hond, dan komt die vriendin vanzelf’.

Dus nu overweeg ik een hond. Want de dierenarts is een vrouw, zij weet dingen over mannen, honden en aantrekkingskracht. Ik stel het me voor. Mijn hond drentelt achter mij aan. Bezorgd kijkt hij bij de slagerij naar binnen waar ik op zaterdagochtend een worst koop. Men noemt hem een schatje en ze kijken ons verliefd na als de hond mij trouw volgt naar de kaasboer. Ja, hij is lief. Hij is overigens een zij, want ik neem een vrouwtje.

Hij is lief. Zelfs in de trein vinden ze hem lief. ‘Ja maar ho! Dat is onhandig met de trein!’ zei ik tegen alweer de derde vrouw die een hond een goed idee vond. ‘Dan ga je toch met de auto naar je werk!’ Tsja, dacht ik, daar begint het gezeur al. Ik ga graag met de trein en dat is vriendelijk voor het milieu. De trein is niets voor een hond. ‘Daar heb je die lul met die hond‘, zouden ze zeggen.

Of niet? Is de man met de hond als de man met de baby? Is dat het geheim? Het doet er niet toe of het jouw hond of jouw baby is en hoe je eraan komt. Een hond is een teken. Een bindingsoefening, een proeve van bekwaamheid, ja, een teken van viriliteit. Het is zo klaar als een klontje. ‘Volgens mij heb jij een hele lieve vader’ zei eens een vriendin. Onzin natuurlijk, hij is niets liever dan ik, maar hij heeft een hond! Hij hoeft niets te bewijzen. Een hond!

Hoe zal ik hem noemen?

Powered by Pivot. RSS Feed & ATOM Feed