Schilderijtjes

Dat is gevaarlijk hè! Als je precies weet hoe het leven in elkaar zit. Zoals ik. Alles is duidelijk. Overduidelijk. Ik weet precies hoe het gaan zal. De mensen om me heen doorzie ik meteen. Kijk er dwars doorheen. Ik zie mensen als schilderijen in een museum. Als schilderijen van twee- of driehonderd jaar geleden. Je kijkt er naar en je ziet wat er gebeurt. Het is bijna schattig. Bijbelse taferelen. Och, ze wisten niet beter. Ze dachten vast ook dat de wereld plat was. Zo kijk ik om me heen. Naar verliefde mensen, rouwende mensen, opgebrande mensen, gelukkige mensen en ongelukkige mensen. Daar zijn er trouwens heel veel van. Ongelukkige mensen.

Ik weet hoe het zit. Verliefde mensen zijn hormoonverslaafd, gelukkige mensen hebben vooral hun ogen dicht en ongelukkige mensen moeten gewoon eens leren genieten van verlangen als lekkere dromen en niet als levensdoelstellingen. Ik heb mijzelf in een vacuüm geparkeerd. Begrijp je? Niet? Komt nog wel een keer, zulke dingen moet je meemaken. Onder een glazen stolp sta ik met mijn neus tegen het glas gedrukt naar de wereld te kijken. In mijn stolpje heb ik alles wat ik wil. Ik mijmer over leuke boeken en heerlijke espresso. Af en toe strooi ik wat inzichten naar buiten. Over de schilderijtjes die ik zie lopen en die zich af en toe naar mij keren. Ik kan goed observeren. Een paar observaties, wat passsages uit een boek of een leuk liedje. Een hart onder je riem. Bij mij kan je wel terecht.

Maar ik ben op mijn hoede. Ik weet wat er kan gebeuren. Alles wat ik voel, zie en zeg is zomaar weggevaagd. Je zal verliefd worden, of weet ik veel wie gaat zomaar dood. Dan ben je zelf ineens een schilderijtje. Je hangt in een lijstje aan de muur en de mensen lopen om je heen. Ze kijken je lang en indringend aan en ze knikken met hun hoofden. Ze begrijpen het. Het is overduidelijk. Ze zien het toch. Maar jij ziet zelf helemaal niks. 'Wat zie je dan!' Schreeuw je. 'Wat? Wat!' Maar ze zeggen allemaal wat anders en jij hangt daar maar in dat lijstje. Te staren naar de muur aan de overkant. Met ook een schilderijtje erop, maar dat schilderijtje interesseert je niets. Je kan het niet eens goed zien. Totdat je na tijdenlang voor je uitstaren ineens begrijpt dat je voor een enorme spiegel hangt en dat je jezelf ziet aan de overkant. Dan begrijp je plotseling wat iedereen bedoelt. Simpel was het eigenlijk, als je zo even jezelf bekijkt. En ineens sta je weer in het museum en hangen de schilderijen om je heen. Je kan weer lopen.

Glimlachend ga je door, op zoek naar een zaaltje waar je wel wilt blijven hangen.

Powered by Pivot. RSS Feed & ATOM Feed