Mijn vuist, mijn vrouw
Gekonkel op de voetbalclub. Altijd. Wat wil je met een sport die ontstaan is in het Victoriaanse tijdperk alwaar Engelse kostscholen de jongens - om hen te behoeden voor de gevaren van de zelfverwennende passie - bezighouden en afleiden met het in 1862 succesvol geïntroduceerde football.
Het hele jaar door worden wij behoed voor de verschrikkelijke gevolgen van zelfbevuiling door de Woedende Wissel, de Brabbelende Bestuurder, de Schandalige Scheidsrechter en de Muitende Midvoor. Stuk voor stuk titels waar Willy Vandersteen zich niet voor hoeft te schamen en waar Suske, Wiske, Tante Sidonia, Lambiek en Jerom een doldwaas avontuur aan zouden kunnen beleven. En Schanulleke.
En Barabas.
Ja het werkt! Tien maanden per jaar ben ik in de weer met ruim 30 wedstrijden en 100 trainingen die me vaak genoeg weerhouden van die verschrikkelijke geheime daad. Overenigbare inzichten en achter een bal aan draven, daar komt het ongeveer op neer. Transfers, ontslagen trainers, omgekochte scheidsrechters, kleedkamers met lagen modder en koude douches, liegen en bedriegen, oude thee in de rust, mannen van 65 die met schuttingtaal strooien en hun woedende vrouwen en dochters die meegaan naar de voetbalclub. Aangetrokken door een potpourri van gras, zweet, bloed en frituurvet. En bier.
En welk een succesvol surrogaat! Als keeper kan ik de klamme hand wel beter gebruiken. Gretig strek ik mijn handen uit naar de ballen die op mij afkomen en i..
Ho! Deze bewaar ik voor Harm Edens - in te zetten bij het bruggetje naar de tweede ronde in 'Dit was het nieuws' - zelf probeer ik het opnieuw:
En welk een succesvol surrogaat! Als keeper kan ik de klamme hand wel beter gebruiken. Gretig strek ik mijn armen en sluit de bal liefdevol in mijn armen. Waarom zou ik essentiële lichaamssappen verspillen, huwelijkse affecties vernietigen en mijn natuurlijke aandrang perverteren. Of erger nog! Mijn hoop op nageslacht doen vervliegen. Ik koester de bal. Het harde schot dat onheroeppelijk op mijn vuisten uitéénspat of zich in mijn gekromde lichaam nestelt. Zoveel ziedend geweld dat op je afkomt, ineens en uit alle mogelijke hoeken. En het gelukzalige moment wanneer je weet dat jij de baas bent over het grillige stuk leer dat kort tevoren nog ontembaar leek. Strak tegen mijn lichaam en wang gedrukt voelt de bal zich op zijn plek. Veilig. Ze zou het liefst voor altijd bij me blijven.
Jaja, beste lezer, voetballen is welbeschouwd mijn enige hoop op nageslacht. En zondag 29 mei aanstaande is de grote finale, onze kans om in de derde klasse te blijven, om de teloorgang van Flamingo's in de kiem te smoren. Vreugde en verdriet in de apotheose van dit seizoen. De verheffing van een sterveling tot het niveau van een god.
En dan de hele zomer rukken.
(lees: Zwaar Leer - David Winner, LJVeen, 2005)
Mooi geschreven zeg..