Wikken en wegen
Misschien doe ik het, maar misschien ook niet. Ik heb namelijk een nieuw huis op het oog. Een huis dat vele malen groter is dan mijn huidige huis. Mijn huis is namelijk een huisje. Je kan er eigenlijk niet bewegen. Van het totale woonoppervlak heb ik nog 4 vierkante meter vrije ruimte. De rest van de vierkanten is gevuld met boekenkasten, eettafels, salontafels, banken, stoelen, dekenkisten en drumstellen. Ik ben dus wel toe aan een groter huis.
Grotere huizen hebben echter een nadeel. Ze hebben altijd zoveel verdiepingen en kamers. Daar hou ik niet van. Ik hou van huizen zonder kamers, maar die heb je haast niet. Alle huizen hebben veel kamers. Twee kamers op zolder, drie op de tweede verdieping en ook nog een badkamer en beneden een woonkamer, een hal en een keuken. Dat is een groot huis, maar dat hoef ik niet. Als ik dan een boek wil pakken moet ik naar een andere kamer. Ik wil een huis met een badkamer en een slaapkamer en een woonkamer.
Maar wel groter dan mijn huisje.
Nu heb ik een huis op het oog dat heeft wat ik wil. Drie kamers, maar zeker 250 vierkante meters. Groot. Eigenlijk wil ik het wel kopen. Als ik een goede prijs krijg. Maar ook dan moet ik goed nadenken. Zo'n huis kan je namelijk moeilijk weer verkopen. Want iedereen wil juist wel graag kamers. En er is nog iets. Vanuit mijn huisje kan ik namelijk altijd bomen zien. Het nieuwe huis staat nog meer midden in de stad. Geen bomen kijken dus. Zou ik het gaan missen?
Ik heb dan wel een hele grote tuin. Ongeveer 50 vierkanten op het zuiden en op één hoog. Als ik daar dus allemaal bloemen en planten zet, kan ik er ook lekker naar kijken. Dan valt het gemis van mijn bomen wel mee. Opgelost! Blijft er toch nog één ding over. Het is natuurlijk zeer onverstandig om als man-alleen een groot en speciaal huis te kopen. Alhoewel ik niet snel op verkering reken, zit het er heus in dat ik weer eens een meisje op de kop tik. En naar mijn hol sleep.
Ik kan erop rekenen dat ze het natuurlijk niks vindt. Mijn hol. Dan kan ik echter niet meer verhuizen anders ga ik failliet. Ik was al kieskeurig en nu moet ik bij de keus van mijn vrouw ook nog rekening houden met haar smaak voor mijn huis. Vrouwen vinden kamers namelijk gezellig en grote ruimten veels te koud.
'Tsja' zei de makelaar 'Ik hoor het al. Jij blijft lang alleen.'
In dat geval moet ik het misschien maar kopen.
In Amerikaanse films zie je soms van die tot woonruimte omgebouwde fabriekshallen, zo’n hele grote ruimte met ergens een bad op pootjes en heeeelemaal in een andere hoek een ijzeren spijlenbed en buiten een ijzeren brandtrap, enzo.
Wel, ik kan je ervan verzekeren dat er best een hoop dames rondlopen die graag in iets dergelijks zouden willen wonen.